Header image  
   
   
line decor
 

 Home

Esther

Wat is astma? Om goed te kunnen begrijpen wat astma is moet je een aantal dingen weten. Hoe de luchtwegen werken, wat de ziekte astma op zichzelf is, hoe astma-aanvallen uitgelokt worden en in welke vormen astma zich laat zien.

Astma, hoe werken de luchtwegen? Als je inademt voorzie je je lichaam van zuurstof. De zuurstof gaat via je luchtpijp De luchtpijp splitst zich in 2 takken (bronchiën); 1 naar de linkerlong en 1 naar de rechterlong.

De bronchiën op zich vertakken zich steeds verder ik kleine takjes, aan de kleinste takjes (aan de uiteinden) bevinden zich de longblaasjes. Om die longblaasjes lopen allemaal kleine adertjes. Ze ingeademde zuurstof komt via de longblaasjes in de adertjes en wordt zo via het bloed door het lichaam vervoerd. Het bloed geeft op zijn beurt weer afvalstoffen terug aan de longblaasjes, dit is koolzuur. Dit koolzuur adem je weer uit.

De meeste mensen ademen via hun neus. Als je door je neus inademt worden er veel stofjes tegengehouden door de haartjes en het slijm in de neus. Dit slijm wordt gemaakt door het slijmvlies. De lucht wordt in de neus ook nog eens opgewarmd en bevochtigd.

Ook bevindt zich in je neus het reukzintuig. Door dit reukzintuig wordt je gewaarschuwd als er vieze en stinkende gassen je lichaam binnen komen. Ook in de longen zit slijmvlies, hierop valt de viezigheid neer die van buitenaf je longen binnenkomt. Omdat dit vuil niet in je longen kan blijven zitten wordt het door middel van de trilhaartjes, die het slijm van je longen naar je keel vervoeren, je longen uitgewerkt. Het slijm wordt dan opgehoest of doorgeslikt.

Astma, wat is dat precies? Kinderen met astma hebben een chronische ontsteking aan de luchtwegen.

Als een kind een astma-aanval krijgt vernauwen de luchtwegen zich;

- Het slijmvlies die de luchtwegen bedekt zwelt op en zo kan er minder zuurstof door de luchtwegen vervoerd worden.

- Aan de binnenkant van de luchtwegen wordt extra slijm gevormd. De trilharen kunnen de grote hoeveelheid slijm niet aan. Het extra slijm in de longen zorgt voor nog meer belemmering voor de zuurstof om bij de longblaasjes te komen.

- Tegelijkertijd trekken de spieren rond de luchtwegen zich samen waardoor de luchtwegen als het ware worden ingesnoerd.

Bij jonge kinderen zijn de luchtwegen van zelfsprekend een stuk kleiner dan bij volwassenen.

Hierdoor raken ze veel sneller vernauwd door de net genoemde oorzaken.

Bij jonge kinderen zorgen vooral het zwellen van de slijmvliezen en de grotere hoeveelheid slijm voor de benauwdheid.

Hoe worden astma-aanvallen uitgelokt? De luchtwegen van een astmapatiënt zijn erg prikkelbaar. Die prikkelbaarheid wordt ook wel hyperactiviteit genoemd.

De prikkelbaarheid van de luchtwegen is niet altijd gelijk. ,s Nachts en in de vroege ochtend is de prikkelbaarheid het grootst. Dit verklaard waarom een kind vaak ,s nachts het meeste hoest.

Allergische prikkels
De meeste kinderen hebben last van allergische astma.

Allergische prikkels veroorzaken bij de meeste kinderen geen reactie, maar wel bij kinderen die allergie hebben voor een bepaalde stof.

Hoe komt het dat het ene kind wel allergisch voor een bepaalde stof en een ander kind niet?

Normaal verdedigd je lichaam zich tegen het binnendringen van vreemde stoffen door deze onschadelijk te maken. Dit doet je lichaam door middel van antistoffen.

Bij een allergie maakt je lichaam antistoffen tegen stoffen die helemaal niet gevaarlijk zijn.

Bij het gevecht tussen antistoffen en de vreemde stoffen maakt je lichaam histamine aan.

Histamine zorgt voor een ontsteking in je luchtwegen en het samentrekken van de spiertjes rond de luchtwegen. Elke keer dat een kind in aanmerking komt met een stof waar het allergisch voor is, treed deze reactie op.

Er zijn 2 soorten allergische reacties;

- Vroege reactie; deze reactie vind vrijwel meteen nadat het kind in aanraking is geweest met de prikkel. De reactie is op zijn hoogtepunt na ongeveer 10-30 minuten. De reactie verdwijnt vaak weer na 60-90 minuten. Het verband prikkel en reactie is hier erg duidelijk.

- Late reactie; deze reactie ontstaat pas na 6-8 uur (of nog later) en is vaak heftiger en duurt langer (soms wel 24 uur) dan de vroege reactie. Hier is dus het verband van prikkel en reactie niet duidelijk door het grote tijdsverschil.

Welke stof een allergische reactie oproept is bij ieder kind verschillend.

De belangrijkste allergische prikkels zijn;

Huisstofmijt in huisstof,

Huisstofmijt is een net niet voor het blote oog zichtbaar spinachtig beestje. De huisstofmijt houdt zich op in het huisstof, vandaar ook de naam. De uitwerpselen van dit beestje zweven in de lucht en zorgen, bij de mensen die hier allergisch voor zijn, voor een allergische reactie.

Dit beestje leeft het prettigst in een warme, vochtige omgeving waar veel huidschilfers zijn. In vochtige huizen komt veel huisstofmijt voor. In de zomermaanden (warm) en in de herfst neemt hun aantal toe. Ze vertoeven het meest in tapijten, matrassen en kussens, dus ook banken. Vooral het bed is een geliefde plaats, het is er ,s nachts lekker warm en door het transpireren ook vochtig. Ook is er voldoende voedsel voor de beestjes in de vorm van huidschilfers.

Huidschilfers en veren van dieren,

Sommige mensen zijn allergisch voor dieren, hun haren en/of huidschilfers. Of het dier lang of kort haar heeft, dat maakt niets uit.

Ook kan iemand een allergische reactie krijgen als er niet eens een dier in huis is. Bepaalde spullen in huis kunnen ook van dieren haar of huis gemaakt zijn, zoals een donzen dekbad of een tapijt van wol.

Schimmels,

Plaatsen waar schimmels voorkomen zijn; koude hoeken, achten banken en kasten, maar ook meterkasten planten en verdampingsbakjes zijn een kweekplaats voor schimmels.

Planten,

Sommige planten kunnen een allergische reactie veroorzaken, bijvoorbeeld; pantoffelplantje, dieffenbachia, geraniums, primula,s, hyacinten en Kaaps viooltjes.

Stuifmeel,

Stuifmeel kan bij mensen die er allergisch voor zijn astmatische klachten veroorzaken (hooikoorts). Maar bij jonge kinderen komt stuifmeelallergie weinig voor.

Voedsel,

Ook bepaalde voedselbestanddelen kunnen zorgen voor een allergische reactie. De meest voorkomende voedselallergenen (allergie gevoelige stoffen) zijn; Dierlijk eiwit (koemelkeiwit, kippeneiwit, vis), noten en pinda,s en citrusvruchten.

Overige,

In veel producten zitten stoffen die afkomstig zijn van dieren of planten, deze kunnen klachten veroorzaken bij daarvoor gevoelige mensen; cosmetica, schoonmaakmiddelen met enzymen en sommige geneesmiddelen (aspirine, penicilline).

Ook gif van wespen en bijen kunnen astmatische klachten veroorzaken bij de mensen die er allergisch voor zijn.

Van niet allergische prikkels heeft iedereen last, maar een kind met astma kan er veel heviger, eerder en langer last van hebben. Dit heet ook wel hyperactiviteit van de luchtwegen.

Niet-allergische prikkels
Niet alleen allergische prikkels hebben soms invloed op hoe je luchtwegen reageren, ook niet-allergische prikkels kunnen soms vervelende reacties oproepen.

Een aantal niet-allergische prikkels zijn;

- (Tabaks)rook, kinderen met astma reageren vaak heel heftig op deze prikkel.

Rook nooit in aanwezigheid van een astmatisch kind!

- Kookluchtjes, verbrandingsgassen van een gasfornuis of geiser zonder afvoer naar buiten,

- Lucht van chloor en andere schoonmaakmiddelen,

- Bepaalde bestanddelen van verf,

- Parfums, toilet verfrissers, nagellak

- Lucht van drukinkt (verse krant),

- Formaldehydegas uit lijm of spaanplaat of nieuwe meubels,

- autogassen.

- Temperatuurwisseling, ook het weer kan er voor zorgen dan een kind een astma-aanval krijgt. Plotselinge omslag van de temperatuur, of heel vochtig weer kan voor sommige kinderen erg benauwend zijn.

- Kou mist, regen, damp vochtigheid kunnen ook bij sommige mensen klachten veroorzaken.

Infecties
Veel astmaklachten bij kinderen zijn het gevolg van luchtweginfecties. Zo,n 80 tot 90 % van deze infecties wordt veroorzaakt door virussen zoals het griepvirus. Kinderen met astma hebben niet vaker een virusinfectie dan kinderen die geen astmaklachten hebben. Ook hebben zij niet vaker een longontsteking. Wel heeft een astmatisch kind er langer last van en kan er kortademigheid ontstaan.

Inspanning,
Ongeveer 95% van de kinderen met astma krijgt het tijdens en na een flinke lichamelijke inspanning benauwder. Dit heet inspanningsastma. Ook schreeuwen of roepen tijdens inspanning prikkelen de spieren rondom de luchtwegen om zich samen te trekken. Kortademigheid door inspanning duurt vaak niet langer dan drie kwartier.

Emoties,
Psychische factoren kunnen een rol spelen bij astmatische klachten, maar astma is absoluut géén psychische aandoening. Emoties en astma treden wel tegelijkertijd op. Bekend is dat kinderen met astma meer last krijgen als er spannende gebeurtenissen gaan gebeuren zoals Sinterklaasfeest, verjaardag, eerste schooldag. Emoties kunnen een gevoel van kortademigheid veroorzaken, maar of de luchtwegen zich inderdaad verkrampen is niet wetenschappelijk bewezen.

Erfelijke factoren,

Voor het ontwikkelen van hyperactiviteit of allergieën spelen erfelijke factoren een rol. Hoe de overerving verloopt is niet bekend, wel zijn er gegevens over het mogelijk risico op een allergie. De kans dat en kind een allergie heeft neemt toe naar mate één of beide ouders een allergie heeft.

Hormonale factoren,

Geslachtshormonen; bij veel meisjes en vrouwen nemen de klachten toe tijdens de menstruatie. Pilgebruik en zwangerschap hebben ook een duidelijke invloed.

Bij jongens nemen de klachten tijdens de puberteit soms af. Bij zowel mannen als vrouwen nemen in de overgangsjaren de klachten soms weer toe.

In welke vormen laat astma zich zien?

Astma komt in verschillend vormen tot uiting. De één hoest alleen heel veel, de ander heeft regelmatig heel zware aanvallen. Hoe dit zich uit hangt grotendeels af van de leeftijd van de astmapatiënt.

De zuigeling.

Bij baby,s en peuters met astma staat vaak overmatige slijmvorming op de voorgrond. Er wordt ook wel gezegd dat het kind "vol zit op de borst".

Zagen en hoesten is op deze leeftijd het meest voorkomende astmasymptoom, maar ook piepen kan voorkomen.

Als het kind alleen ,s nachts veel hoest en als het regelmatig terugkomt, kan dat ook op astma wijzen, zeker als er in de familie een geschiedenis van astma is.

Soms hoesten de wat oudere kinderen zo lang en hard dat ze er van moeten overgeven. Als het slijm eenmaal uit de longen is, is het leed voor een poosje geleden.

Er is in deze leeftijd ook een speciale categorie kinderen. Dit zijn kinderen die vaak "vol" zitten

Hoofdstuk 2

Psychische gevolgen voor een chronisch ziek kind.

Wat wordt er verstaan onder chronisch ziek zijn?

Het Centraal Bureau van Statistiek spreekt van chronisch ziek zijn wanneer een kind in de afgelopen 12 maanden meer dan 3 maanden ziek is geweest of wanneer er meer dan 3 ziekteperiodes voorkwamen.

Kinderen worden net als volwassenen ziek. Ze kunnen het worden na een kortere of langere tijd gezond geweest te zijn. Helaas kan de ziekte ook al bij de geboorte of kort daarna aanwezig blijk te zijn.

Er zijn vervolgens verschillende wendingen mogelijk.

- Het kind wordt beter,

- Het kind sterft,

- Het kind overleeft de acute ziekte en houdt daar niets aan over

- Het kind wordt niet beter,

- Het kind is afwisselend ziek en zonder klachten,

- Het kind heeft geen ziekte maar wel klachten.

Het grootste gedeelte van de astmapatiëntjes valt onder de op één na laatste, het kind is afwisselend ziek en zonder klachten. Helaas is er altijd nog een gedeelte dat ondanks alle medicijnen en medische zorgen overlijden, naar aanleiding van een aanval.

De gevolgen van het ziek zijn.

Chronische ziekte bij kinderen leidt vaak tot het ontstaan van psychologische en sociale problemen. Bij 30 101 40 % van de kinderen met een chronische ziekte ontstaat vroeg of laat een psychosociale stoornis (Pless, 1971 en Watson, 1972).

Psychosociale stoornissen die bij kinderen met een chronische ziekte vaker voor komen dan bij gezonde leeftijdsgenootjes zijn;

- gedragsstoornissen: duimzuigen, nagelbijten, stotteren, tics,

- slapeloosheid, angst om te slapen,

- spijbelen en schoolverzuim,

- lastig en vervelend gedrag,

- sociaal isolement, vertraagde sociale ontwikkeling,

- minder vrienden,

- onzekerheid over de verloop van de ziekte,

- reële angsten, onder andere voor het weer opvlammen van de chronische ziekte,

- problemen, angsten en onzekerheden, voortvloeiende uit de korte levensduur,

- aparte bejegening door de omgeving, o.a. klein houden, teveel beschermen, buitensluiten,

- minderwaardigheidsgevoelens,

- onzekerheid omtrent de toekomst.

Natuurlijk is er een groot verschil tussen de kleine kinderen en de al wat oudere, hoe ze reageren op hun ziekte. De jongste zullen natuurlijk nog niet zo duidelijk beseffen dat zij een chronische ziekte hebben. Maar toch heeft het hebben van een chronische ziekte ook op de jongste een effect.

Hoe het kind reageert hangt vooral bij de jongste kinderen ook af van hoe de ouders reageren.

Als de ouders zich machteloos voelen, niet weten wat ze moeten doen, in paniek raken, dan heeft dit een effect op het kind. Het kind heeft altijd op de ouder kunnen vertrouwen, de ouder wist altijd wel wat te doen, maar als deze zekerheid wordt weggenomen zal ook het kind in paniek raken, niet meer weten wat te doen.

Deze en andere veranderingen in de dagelijkse routine kunnen voor het kind vreemd en bedreigend zijn. Ook een (plotselinge) ziekenhuisopname neemt het kind weg van de vertrouwde omgeving en vertrouwde gezichten. Alle angsten, niet verwerkte en niet uitgesproken emoties kunnen een gevolg hebben.

Het syndroom van Damocles.

"Damocles was onderdaan en oogappel van Dionysius de Oudere, tiran van Syacuse omstreeks 300 voor Christus. Hij was afgunstig op de macht van zijn vorst. Deze liet hem één dag koning zijn met alle geneugten en privileges van dien. Wel liet hij aan een paardenhaar boven het hooft van Damocles een zwaard hangen om hem eraan te herinneren welke gevaren een dergelijke macht met zich mee bracht."

Het leven van kinderen met een chronische ziekte hangt vaak aan een zijden draad. De toekomst is vaak onzeker en somber. Er is een voortdurende bedreiging van de ziekte zelf.er zijn niet te voorspellen aanvallen met hevige pijn en benauwdheid.

Ook is er steeds de dreiging dat de gevolgen van de ziekte zich op een ongelegen moment tevoorschijn komen.

Alleen al het weten dat het kind ziek is, zelf als je er aan de buitenkant niets van ziet, kan zorgen voor spanning en stress. Alleen dat al kan een leven vergallen.

Kinderen ontwikkelen in de loop der jaren meestal strategieën en camouflagetechnieken, waarbij bepaalde situaties vermeden worden. Kinderen met astma en allergieën zullen logeer- en vakantieadressen zorgvuldig uitzoeken. Ze zullen ruimten vol stof en rook vermijden.

De gevolgen van ziekte, zoals kortademigheid en benauwdheid kunnen voor het kind een even zo zware verstoring en bedreiging inhouden van zijn lichamelijk functioneren als zijn sociaal functioneren.

De gevolgen van het ziek zijn zijn erg uitlopend. Bang zijn voor de aanvallen, bang zijn om te sterven. Het steeds in je achthoofd houden, als je dit doet, dan zijn dat de gevolgen. Dat is zwaar en zeker voor een kind.

Omdat we die dreiging als een rode draad door alles heen zien lopen, lijkt de naam " Syndroom van Damocles" erg toepasselijk. Het syndroom kan zich bij elke chronische ziekte voordoen. Maar vooral treedt het op bij ziektes die een golvend verloop kennen, zoals astma, of ziektes waarbij geen of weinig mogelijkheden van behandeling zijn. (Koocher, G.P. & J.E. O"Mallay 1981, New York)

Hoofstuk 3

Hangt druk gedrag samen met astma?

Dat een kind met astma vaak ander gedrag vertoont dan een kind zonder astma, dat is veel mensen al opgevallen. Maar staat het werkelijk met elkaar in verband?

Brits onderzoek wijst uit dat astma niet in direct verband staat met druk gedrag.

Maar toch zijn er bepaalde factoren die een grote invloed hebben op het gedrag van astmatische kinderen;

- De psychische gevolgen van het chronisch ziek zijn zelf.

- Het medicijngebruik.

- Allergenen (allergische prikkels)

Freddy is een lief mannetje. Hij is nu 2 jaar oud en sinds zijn 4de maand heeft hij last van astma. Hij is druk. Overdag maar ook ,s nachts. Vooral als hij weer ziek wordt. Dan kan ik aan zijn gedrag merken dat er weer iets aan zit te komen. Hij luistert dan niet, doet van alles wat niet mag en ligt de hele nacht te draaien. Ik merk, als ik er met andere ouders over praat dat er meer zijn die dit herkennen bij hun kind"

Psychosociale problemen.

Kinderen met astma hebben last van een medische omstandigheid die én uitwerking heeft op het lichamelijk én op het psychisch welzijn. Kinderen met astma hebben een hoger risico op psychische problemen. Maar niet alle onderzoeken die gedaan zijn hebben deze uitkomst.

Ook zijn er ook nog onderzoeken die aangeven dat kinderen met lichte astma een kleinere kans op psychische problemen hebben dan kinderen met ernstige astma. (Bij licht astma heeft het kind minder dan 1 keer per maand een aanval en is regelmatig langere perioden klachtenvrij. Bij ernstig astma hebben kinderen vaker dan 1 keer per week een aanval en dagelijks wisselende klachten. Daartussenin zit matige astma.)

Weer andere studies geven aan dat er helemaal geen relatie is tussen astma en psychische problemen. Oftewel de meningen zijn hier erg over verdeeld.

Als we toch aannemen dat astma en gedrag een bepaalde samenhang heeft kunnen we zeggen dat de meest voorkomende psychische gevolgen depressie en druk gedrag zijn.

Waar ik het vooral over wil hebben is het drukke gedrag.

Zonder lucht kun je niet leven. Wanneer een kind een astmatische aanval krijgt bedreigt dat het kind in zijn leven, zijn bestaan. Veel kinderen denken tijdens een aanval te zullen stikken.

De toenemende benauwdheid jaagt het kind op en veroorzaakt "aanvalsonrust" Een kind dat rebels is, rondrent en boos reageert, geeft vaak aan dat er "slecht weer" op komst is.

Elke chronische ziekte betekent voor kind én ouder een permanente bedreiging en een emotionele uitdaging. Doordat het verloop van de ziekte niet te voorspellen is, is er een constante stress.

Ook hebben deze kinderen een ander levenspatroon. Er zijn een hoop dingen waaraan ze moeten denken als ze ergens willen gaan logeren, sporten, spelen. Ze volgen strikte leefregels, gebruiken medicijnen en gaan vaker naar ziekenhuizen en dokters. Je kunt je voorstellen dat dat een enorme druk met zich meebrengt.

Ze kunnen soms niet mee op vakantie en moeten ruimtes mijden waar gerookt wordt, waar veel vocht en schimmels zijn. Ook blijven de kinderen vaak thuis door plotseling optredende aanvallen en het lange verloop van griepvirussen e.d. Hierdoor kan er een sociaal isolement ontstaan.

Veel kinderen hebben last van inspanningsastma, hierdoor kunnen ze opvallen tijdens het sporten en gymnastieklessen.

Ook hebben sommige kinderen een apart dieet, daarvoor zullen enige maatregelen getroffen moeten worden.

Dat als hij zich niet aan bepaalde regels houdt, dat hij dan heel erg ziek kan worden. Zo ziek zelfs dat hij in het ziekenhuis kan belanden of erger nog kan overlijden.

Maar ook kinderen die daar nog geen besef van hebben, baby,s en peuters. Kinderen die zo ineens benauwd worden, niet meer weten wat ze moeten doen en alleen maar kunnen vertrouwen op hun moeder,vader of een andere volwassene.

Geen wonder dat een kind zich niet altijd gedraagt zoals een ander het zou willen. Je moet vechten, je best blijven doen om in leven te blijven. Het is een vorm van onbewuste overlevingsdrang van het lichaam.

Een kind moet fijn kunnen spelen, die moet zich geen zorgen moeten maken over wat hij wel en wat hij niet kan eten en doen.

De kans op aanvallen maakt het even voor het kind benauwd.

Ik weet nog van vroeger dat ik erg druk kon zijn als ik een aanval kreeg.

Hoe meer problemen ik met mijn astma had hoe drukker ik werd.
Ik merk het nu nog steeds dat k druk wordt, totdat ik haast helemaal geen lucht meer heb en dan maar plat in bed ga liggen (nou ja plat het kussentje lekker hoog en dan maar wachten tot
het weer beter gaat). Fred"

"Mijn zoontje in nu net 2 jaar en heeft astma vanaf 6 maanden. Wij hebben de indruk dat zijn gedrag wel degelijk wordt beïnvloed door het veel ziek zijn. Als baby was hij een vrolijk, rustig ventje. Vanaf het moment dat hij ziek werd, veranderde hij. Veel huilen, veel boos. Hij wil zo veel en kan zo weinig en is dus super gefrustreerd. Hij heeft veel energie, maar door veel te bewegen krijgt hij het benauwd. Hij loopt ook wat achter in zijn algehele ontwikkeling en de kinderarts is van mening dat dit ook door zijn ziekte komt. Maar ik denk dat zijn gedrag ook een beetje door ons wordt beïnvloed. Want als ouders van een chronisch ziek kind, ga je dat kind onbewust toch anders benaderen. Je bent meer bezorgd en voorzichtiger. Marike.’

Mijn dochter van 4 heeft ook gedrag dat vaak niet te hanteren is. Omdat \'t erg uit de hand liep hebben wij begeleiding gekregen van een orthopedagoog. Zij is gespecialiseerd in kinderen met astma. Haar adviezen hebben ons weer op het goede spoor gezet. Maar het blijft heel moeilijk om hier mee om te gaan. Jolanda.’

Medicijngebruik.

Luchtwegverwijders en ontstekingsremmers zijn de belangrijkste medicijnen bij de behandeling van astma. Zoals de naam al aangeeft zorgen luchtwegverwijders ervoor dat de luchtwegen weer wijder worden.

Luchtwegverwijders doen niets aan de ontsteking in de luchtwegen. Iemand die minstens twee keer per week luchtwegverwijders nodig heeft, moet dagelijks ontstekingsremmers gaan gebruiken.
Soms is een luchtwegverwijder ook preventief te gebruiken, dus om benauwdheid te voorkomen. Een kind kan bijvoorbeeld van tevoren een pufje nemen, zodat het toch mee kan naar de dierentuin of een sporttoernooi.
Voorbeelden van luchtwegverwijders zijn: fenoterol/ipratropium (Berodual), salbutamol (Aerolin, Airomir, Ventolin), salbutamol/ipratropium (Combivent), terbutaline (Bricanyl), ipratropium (Atrovent), salmeterol (Serevent) en theofylline (onder meer Euphylong).

Ontstekingsremmers doen twee dingen: ze bestrijden een bestaande ontsteking en beschermen de luchtwegen tegen prikkels zodat er minder snel een ontsteking ontstaat.

Een kind dat minstens twee keer per week luchtwegverwijders nodig heeft, moet dagelijks ontstekingsremmers gaan gebruiken. Ook wanneer het kind niet benauwd is.

Voorbeelden van ontstekingsremmers zijn de inhalatie-corticosteroïden: natriumcromoglicaat (Lomudal), nedocromil (Tilade), beclometason (Aerobec, Becotide, Qvar), budesonide (Pulmicort) en fluticason (Flixotide). Een zwaardere behandeling kan bestaan uit corticosteroïd-tabletten, bijvoorbeeld betamethason (Celestone), dexamethason, prednison, prednisolon of triamcinolon.

Gedragsproblemen die worden veroorzaakt door medicijnen zijn (waarschijnlijk) zeldzaam,maar het gebeurt wel.

Het kan voorkomen dat kinderen onrustig worden van medicijnen. Bij "kortwerkende" en "langwerkende" luchtwegverwijders kan dit gebeuren. Ook zal het kind dan last hebben van "trillerigheid"

Kinderlongarts Paul Brand: "Als een kind druk wordt van een luchtwegverwijder, zal het daarnaast ook last hebben van trillerigheid. Als een kind "hyper" is zonder trillende handen, zal er eerder sprake zijn van "aanvalsonrust".

Bij kinderen die onrustig reageren op medicijnen is dit effect snel merkbaar. De onrust verdwijnt vaak ook weer na een aantal uren. Deze bijwerking is dan toch een reden om te zoeken naar een vervangend middel. Een kind dat heftig reageert op een luchtwegverwijder als salbutttamol (Aerolin, Airomir, Ventolin) kan prima reageren op terbutaline (Bricanyl) of omgekeerd. Bij de eerste doses van een andere kortwerkende luchtwegverwijder, is vaak al merkbaar of een kind hier al dan niet op reageert met "druk" gedrag.

Ik herken het absoluut over het drukker worden bij benauwdheid.
Mijn jongens werden niet te stoppen, ongelooflijk druk bij hun benauwdheden.
Als ik dan bij de dokter kwam zei hij altijd:"Nou die kinderen zijn nog
actief zat, dus zo ziek zullen ze wel niet zijn". Maar dat was echt een
verkeerde inschatting. Juist als zij zo benauwd waren, werden ze zo druk.
Maar ook door de medicijnen, zoals Ventolin, konden ze als bezetenen door
het huis heen rennen. Gineke."

Allergenen.

Zoals al eerder verteld kunnen sommige kinderen allergisch zijn voor bepaalde voedselbestanddelen. De meest voorkomende allergie is koemelkallergie.

Koemelkallergie kan bij kinderen behoorlijke problemen veroorzaken, van ademhalingsproblemen tot en met extreem wild en druk gedrag.

Voedselallergieën gaan vaak samen met astma. Maar dat wil niet zeggen dat iedereen die astma heeft ook een voedselallergie heeft of andersom.

"Liam is 16 maanden oud. Hij heeft vanaf zijn geboorte soms moeite met ademhalen. Ook heeft hij altijd al een voedselallergie gehad. Vanaf dat hij voeding kreeg, sliep hij slechten was erg onrustig. Veel wakker tussendoor en veel huilen. Na een paar maanden te hebben getobd met zijn voeding kwamen wij erachter dat hij (naast een paar andere allergieën) ook een koemelkallergie heeft. Sinds de dag dat wij dat weten en hij dus geen gewone voeding meer krijgt, slaapt hij stukken beter. Eindelijk sliepen wij, na 6 maanden, een nachtje door. Het is altijd al een druk mannetje, maar wanneer hij weer iets "verkeerds" gegeten heeft, of als hij weer ziek gaat worden, is hij weer verschrikkelijk druk. Wordt weer tig keer per nacht wakker en luistert voor geen meter.

Helaas hebben we nog een lange weg te gaan met het introduceren van voedsel, maar we komen er wel. Chymera."

Hoofdstuk 4

Hoe begeleid je een druk kind?

In het algemeen
Iedereen heeft wel eens te maken gehad met een druk kind. Een kind dat haast niet luistert, de hele tijd lichamelijk duidelijk aanwezig is, niet stil kan zitten, overal op en aan moet zitten, de mond niet kan houden, andere kinderen lastig valt, van alles omver loopt, moeilijk slaapt…Een kind dat haast geen rust kent.

Vaak hebben deze kinderen ook een aandachtsprobleem, ze zijn vaak snel afgeleid, kunnen werkjes niet afmaken…

Hyperactieve kinderen zijn impulsieve kinderen: ze doen eerst en daarna denken ze pas.

Natuurlijk hangt hoe je een druk kind begeleid af van de reden waarom het zo druk is. Als je je aan een aantal regels houdt, kom je een heel eind:

De baby
Het is moeilijk om met strakke lijnen te zeggen hoe je een drukke baby het beste kunt begeleiden. Elk kind is immers anders en reageert anders op verschillende dingen. Maar een paar lijnen kun je vasthouden;

- Zorg dat je een vast ritme hebt vaste tijden voor voeding, slapen , vaste routines voor verschillende gebeurtenissen, zo weet de baby waar het aan toe is. Dit werkt het beste als je de handelingen en routines op elkaar afstemt, thuis en op het kinderdagverblijf.

- Maak gebruik van de momenten dat de baby wel even rustig is om oogcontact te maken en iets liefs tegen hem te zeggen of een liedje te zingen. Zo krijg je een goede band met het kind, waardoor je het eerder rustig kunt krijgen wanneer er zich iets voordoet.

- Probeer voor de baby een zo rustig mogelijke omgeving te creëren, als en baby te veel te zien heeft krijgt het steeds nieuwe impulsen waardoor de rust voor de baby moeilijk te vinden is.

- Troost een onrustige baby. Weinig met een kind spelen omdat je blij bent dat het stil is kan gevolgen hebben voor de band die je met het kind hebt. Een kind dat leert dat de leidster liever niet reageert, kan zich minder makkelijk aan de leidster hechten. Als je het kind blijft "belonen" wordt je meestal vanzelf beloond met een rustiger kind.

De peuter en kleuter
Druk gedrag hoort bij de ontwikkeling van peuters en dat is niet zo gek, want een peuter heeft het ook druk! Hij is de hele dag bezig met het ontdekken van de wereld.

Bij de peuter is het vaak nog moeilijker om een duidelijke strakke lijn aan te geven wat betreft de omgang met een druk kind. Omdat in deze leeftijdsfase het kind ook gaat onderzoeken en leert wie hij/zij is. Ook dat het nee kan zeggen en doen. Niet ieder kind laat zich even gemakkelijk zeggen wat wel en wat niet mag.

Een paar regels die je in de gaten kunt houden als het gaat om drukke peuters.

- Wees duidelijk in je regels. Als een kind wel op de deur mag slaan maar niet op de tafel, dan snapt een peuter dat niet. Een peuter kan nog niet verschil maken tussen de deur en de tafel. Leer dan dat slaan nooit mag, niet op de deur en ook niet op de tafel. Geef het kind een complimentje als het zich netjes aan de regels houdt. Pluimpjes geven is voor ieder mens, en zeker voor een kind, heel belangrijk om een positief zelfbeeld te kunnen ontwikkelen en om het zelfvertrouwen te vergroten

- Wees consequent, als het de ene keer wel mag en de andere keer niet, dan weet de peuter ook niet waar hij/zij aan toe is. Met duidelijke regels is het voor het kind veel overzichtelijker. Om te voorkomen dat je het kind de hele dag loopt te corrigeren, is het ook verstandig om bepaalde minder storende negatieve gedragingen soms te negeren in plaats van te corrigeren. Ongewenst druk gedrag moet op een rustige, maar duidelijke manier gecorrigeerd worden. Zeg rustig maar duidelijk dat u het gedrag van uw kind op dat moment niet goed vindt.

- Geef uitleg bij regels, zo leert het kind ze beter begrijpen. Vooral bij de kleuters is dit heel handig, naarmate de regel vaker wordt uit gelegd zal de kleuter ze zelf goed gaan begrijpen en wordt het een stuk makkelijker voor hen om zich aan die regel te houden.

- Ook voor de peuter is een duidelijke dagstructuur erg belangrijk. Weten waar het kind aan toe is kan een hele rust zijn.

- Geef het kind een overzichtelijke speelplaats, met overzichtelijk speelgoed. Zo weet het kind precies wat er allemaal is en zal het niet gauw door de bomen het bos niet meer zien.

- Zorg dat het kind elke dag een vaste tijd heeft dat het even kan dollen, even helemaal uit de band kan springen, zo kan het de energie kwijt. Drukke kinderen moeten een mogelijkheid hebben om hun energie "kwijt" te raken. Laat ze daarom veel bewegen: fietsen, sporten, buitenspelen. Als er momenten zijn waarop ze stil moeten zitten, zoals tijdens het eten, kijk dan of dat even kan worden doorbroken. Dit kan door het kind te laten helpen met afruimen of het wat uit de keuken te laten halen.

- Geef een alternatief als je iets verbiedt. 'Je mag niet zwaaien met die stok, maar je kan hem wel als wandelstok gebruiken, kijk eens wat een grote stappen je ermee kan maken'.

- Bereid het kind voor op veranderingen. Als het tijd is om aan tafel te gaan, geef dat een tijdje van te voren aan, zodat het kind weet dat het bijna tijd is, en zich er op kan voorbereiden.

Voeding.

Uit een onderzoek onder gevangen in Groot-Brittannië blijkt dat het slikken van vitamines een groet invloed heeft op druk en agressief gedrag.

Daarnaast bleek bij schoolkinderen met gedragsproblemen minder straf nodig te zijn wanneer ze dagelijks multivitaminen slikten.

Gert Schuitemaker, apotheker gespecialiseerd in voedingssuplementen; "Roken tijdens de zwangerschap heeft een negatief effect op het gedrag van een kind. Daarna hebben fastfood, witbrood en tussendoortjes invloed op het gedrag. Voeding en voedingstekorten spelen een belangrijke rol bij agressie en geweld."

In vete vis zitten vetzuren die een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van de hersenfunctie. Kinderen die in hun eerste levensjaren een tekort hebben aan deze vetzuren krijgen later eerder ADHD, vertonen druk gedrag of nemen eerder een agressieve of vijandige houding aan.

Een tekort aan ijzer, zink, magnesium, koper, calcium, jodium, vitamine A en vitamine B6 kan ook zorgen voor een gedragsverandering.

Volgens de Amerikaanse criminoloog Stephen Schoenthaler die veelonderzoek heeft verricht op dit gebied, is het mogelijk dat het langdurig en veel eten van suikers kan leiden tot een tekort aan vitamines die erg belangrijk zijn voor de hersenfunctie.

Schoenthaler onderzocht leerlingen van 803 scholen waar ontbijt en lunch werden verstrekt door de overheid. Voor het onderzoek werden hotdogs, frites en snacks vervangen door volkorenbrood, fruit, groente en kip. Ook werden er steeds minder smaak en kleurstoffen aan het eten toegevoegd. De leerlingen leverde steeds betere prestaties, werden rustiger en hadden minder hoofdpijn.

Misschien is dit iets om te bespreken met de ouders van een druk kind in de groep.

Hoe begeleid je een astmatisch (druk) kind?

Bij deze vraag hangt veel af van de reden dat het kind druk is.

Is het kind druk vanwege een aankomende aanval, is het druk omdat het kind iets verkeerds heeft gegeten of komt het door de medicijnen?

Als een kind een aanval krijgt.

Als leidster kun je soms bang zijn voor een nieuwe aanval. Het helpt als je de signalen van een slechte periode of aanval ziet aankomen. Elk kind heeft zijn persoonlijke patroon van signalen. Vraag aan de ouders wat het patroon bij hun kind is.

Aan veel kinderen is te zien dat ze benauwd worden door één of meer van deze signalen:

- onrustig, hangerig, druk zijn;

- slaapstoornissen en vermoeidheid overdag;

- verkoudheid;

- jeuk;

- slechte adem;

- wallen onder de ogen, bleekheid.

Wat kun je voor een kind doen bij een astma-aanval?

Let op de eerste signalen die wijzen op klachten, bijvoorbeeld een loopneus of griep.

Blijf zelf rustig, raak niet in paniek. Het kind heeft behoefte aan een beschermende ondersteuning. Angst en paniek zullen de angst en onzekerheid bij het kind groter maken en dat kan de astma-aanval versterken.

Probeer een rustig plekje te vinden. Laat een kind met een astma-aanval niet alleen. Zo maak je de paniek alleen maar groter.

Zorg dat het kind een juiste houding aanneemt. Elk kind zal zijn eigen voorkeurshouding moeten leren kennen, oftewel in welke houding hij of zij het meest ontspannen en het best kan ademhalen. Een kind kan zelf aangeven welke houding het prettigst is.

Praat niet teveel met het kind. Tijdens een astma-aanval is alle energie nodig voor het ademhalen.

Geef het juiste medicijn in de voorgeschreven hoeveelheid. Geef niet meer dan is voorgeschreven, dit kan weer andere klachten veroorzaken.

Druk door allergenen.

Als je een kind in de groep heeft dat allergisch is voor bepaalde allergenen, huisstofmijt, voedselbestanddelen, dieren e.d. zorg dat het kind niet met deze dingen in aanraking komt.

Let goed op of alles wat op tafel komt ook op tafel blijft, zodat een klein kind niet de kruimels van de vloer snoept. Let ook goed op dat andere kinderen het allergische kind geen hapjes geven. Hou het kind altijd goed in de gaten.

Als er een stoffen bank staat in de ruimte is het beter om deze in te ruilen voor een leren. Ook dikke overgordijnen zijn een broeikas voor huisstofmijt.

Zijn er planten op de groep waar een kind allergisch voor is, ruil deze dan voor ander planten.

Als kinderen slapen op het kdv, vraag dan aan de ouders of zij kunnen zorgen voor allergeendichte dekbed- en matrashoezen.

Deze zorgen ervoor dat de uitwerpselen van de huisstofmijt niet door de lakens naar omhoog komen. Hou de ruimte zo stofvrij mogelijk.

Druk door medicijnen.

Een van de meest besproken medicijnen waar kinderen druk van worden is Ventolin. Zoals al eerder verteld is dit een luchtwegverwijder, deze gebruik je grotendeels als een kind een aanval heeft.

Helaas is een van de bijwerkingen druk gedrag.

Als je merkt dat een kind erg druk wordt nadat het een pufje Ventolin heeft gehad, meld dit aan de ouders. Zij kunnen dan in overleg met de huisarts of kinderarts op zoek gaan naar een vervangend medicijn.

Maar stop nooit zomaar met et geven van dit medicijn, dit kanbeen leven kosten.

"Onze dochter is 2,5 jaar en heeft astma. Hiervoor krijgt zij medicijnen via een zogenaamd vernevelapparaat. Ook zij is erg druk en heeft slaapproblemen. Onze kinderarts erkent deze klachten wel en ook de astmaverpleegkundige geeft duidelijk aan dat dit komt door de gebruikte medicijnen. We schieten er in zoverre niets mee op dat de problemen voorbij zijn maar weten nu wel een oorzaak. Carola"

"De kinderarts van mijn zoontje wou het niet toegeven, maar ik heb het ook al zo vaak gehoord. Mijn zoontje werd ook helemaal hyper van de Ventolin, op het moment dat hij op een vrij hoge dosering zat. Op advies van een vriendin met 2 astma kids heb ik Bricanyl aan de kinderarts gevraagd. Dit middel is een stuk minder bekent dan Ventolin, maar met minder bijwerkingen. En mijn zoontje is nu een stuk rustiger. Vanessa."

Empathie en angst.

Een ziek kind wordt meestal vaak geknuffeld en krijgt extra aandacht. Zo wordt vaak geprobeert het ziek zijn te verzachten. Een keer "nee" verkopen en grenzen stellen is bij een ziek kind vaak moeilijker.

Maar denk om de valkuil. Een kind dat veel mag en weinig hoeft omdat het "zielig" is zal hierdoor minder goed leren zelf te spelen, te presteren en zelfvertrouwen op te bouwen. Het kind leert vaak wel steeds meer aandacht af te dwingen omdat het snel doorheeft dat de leiding geen grenzen "durft" te stellen. Kinderen die geen grenzen gesteld krijgen kunnen zich ontwikkelen tot kleine (tirannetjes) en niet alleen een ander, maar ook zichzelf goed in de weg zitten.

"Liam slaapt erg slecht als het weer eens raak is. Als ik al een paar nachten meerder keren in mijn slaap gestoord ben door gehuil en gehoest, heb ik niet meer de fut om te wachten tot hij weer in slaap valt. Ook ben ik bang dat hij door het vele hoesten er in blijft hangen, wat al een paar keer gebeurd is. Daarom haal ik hem meestal na een paar minuten al weer uit zijn bed en mag hij tussen ons in liggen. Hij slaapt dan niet altijd meteen weer in, maar hij is in ieder geval stil.

*~*Chymera*~*