| |
Astma
kostte Käthy (17) bijna het leven
[intro]
Käthy ligt als kind al regelmatig in het ziekenhuis vanwege
haar astma, maar het gaat pas goed mis als ze op 13-jarige leeftijd
op vakantie gaat met een vriendin. Ze komt in een coma terecht en
is zelfs enkele ogenblikken dood...
‘Toen
ik vier jaar was, is bij mij astma geconstateerd. Ik was vaak kortademig
en benauwd en toen heeft de dokter de diagnose gesteld. Echt veel
heb ik daar niet van meegekregen omdat ik nog zo jong was. Mijn
vader heeft ook astma, dus mijn ouders wisten wel een beetje wat
ze konden verwachten. Toen duidelijk was dat ik astma had, moest
ik medicijnen gaan gebruiken en regelmatig op controle bij de dokter.
Maar vaak nam ik mijn medicijnen niet in, omdat ik dolgraag een
normaal kind wilde zijn. Ik wilde liever niet opvallen omdat ik
anders was. Ik maakte me vaak erg druk en spande me soms te veel
in, waardoor ik aanvallen kreeg. Regelmatig kwam ik in het ziekenhuis
terecht. Tot mijn dertiende heb ik wel zevenentwintig keer in het
ziekenhuis gelegen omdat ik benauwd, vermoeid of kortademig was.
Ik krijg het meest last van astma als ik emotioneel ben, als ik
bijvoorbeeld moet huilen of gestresst ben. Zo heb ik er toen mijn
ouders gingen scheiden ook veel last van gehad.
Paardrijden
Vanaf mijn vierde was ik dik bevriend met Anne. We waren echte soulmates
en ik was dan ook door het dolle heen toen ik op mijn dertiende
met haar mee op vakantie mocht. Ik mocht zomaar mee van mijn ouders,
ik had niet eens echt hoeven zeuren. We zouden naar een boerderij
gaan met de ouders van Anne en haar twee broers. Ze waren allemaal
op de hoogte van het feit dat ik astma had.
Omdat we naar een boerderij gingen waar ook een paard stond, moest
ik van mijn ouders eerst even overleggen met de dokter of het verantwoord
was dat ik ging rijden. Maar gelukkig gaf de dokter toestemming
en zei hij dat het geen probleem was om bij het paard in de buurt
te komen. Ik moest van hem wel goed opletten dat ik niet benauwd
werd en ik moest ook beloven dat ik geen rare dingen zou doen.
Van sommige dieren had ik veel last, bijvoorbeeld van papegaaien
en katten, maar van andere dieren, zoals honden, merkte ik weinig.
We hebben ook honden als huisdieren. Hoe het met paarden zat wist
ik nog niet. Misschien dat als ik diep in mijn hart had gekeken,
ik wel had geweten dat het toch niet zo’n verstandig idee
was. Maar ik was jong en vond het zó leuk dat ik eindelijk
kon gaan rijden. Ik had nog nooit paard gereden, omdat mijn moeder
het te riskant vond. Maar nu ik groen licht van de dokter had gekregen
had ze geen enkel bezwaar meer.
Snakken
naar adem
Er was afgesproken wat ik zou doen als ik toch last zou krijgen
van mijn astma. Eerst moest ik gaan puffen met mijn puffer als ik
een aanval kreeg. Als dat niet hielp moest ik een vernevelapparaat
gebruiken en als laatste redmiddel had ik het medicijn prednison
dat ik kon slikken. Dat hielp meestal erg goed als ik een hevige
astma-aanval had.
Eindelijk brak de dag aan dat we op vakantie gingen. Ik kon echt
niet wachten om te vertrekken. Anne ging er op de fiets heen, samen
met haar vader en broers. Omdat zo’n lange afstand fietsen
te vermoeiend voor me was vanwege de astma, reed ik met de moeder
van Anne mee in de auto. Toen we aankwamen gingen Anne en ik eerst
de tent opzetten waar we in zouden slapen. We vonden het super en
hadden meteen een echt kampeergevoel. Daarna gingen we zo snel mogelijk
naar het paard om te rijden. Omstebeurt reden we een stukje terwijl
de ander het paard vasthield. Ik had nog nooit paardgereden en wist
ook niet echt hoe het moest, maar ik vond het ontzettend leuk. Wel
voelde ik terwijl ik aan het rijden was dat ik er een beetje benauwd
van werd, maar ik deed niets omdat ik dacht dat het nog wel even
kon. Ik wilde er domweg niet aan toegeven. Omdat we moesten eten,
hielden we op met rijden en gingen we het paard borstelen. Dat was
eigenlijk niet zo slim, zo bleek later. Door het borstelen kwamen
waarschijnlijk allerlei haren en huidschilfers los bij het paard
en kreeg ik heel veel last van mijn astma. Tijdens het eten voelde
ik me helemaal niet lekker en kreeg ik bijna geen hap door mijn
keel. Na het eten gingen Anne en ik naar de tent om gezellig een
spelletje Scrabble te doen, maar erg leuk was het niet. Ik kreeg
bijna geen lucht en zat de hele tijd te puffen, maar het ging niet
beter met me. Toen wilde ik mijn vernevelapparaat gaan gebruiken,
maar daar had ik een stopcontact voor nodig. Daarvoor moest ik naar
de boerderij lopen, maar ik had te weinig adem en kracht om dit
te doen. Ik dacht dat ik het niet zou halen en vroeg aan mijn vriendin
of zij me wilde helpen. In de tent maakte ik het vernevelapparaat
met de medicijnen klaar voor gebruik. Anne nam het apparaat mee
naar de boerderij en ik zou zo snel mogelijk naar haar toekomen,
zodra ik een beetje op adem was gekomen. Maar ik kwam maar niet
op adem. Omdat er toch iets moest gebeuren, besloot ik toch een
poging te wagen. Ik verzamelde al mijn krachten en ging naar de
boerderij om mijn vernevelaar te gebruiken. Maar ook het vernevelen
hielp me niets, ik bleef snakken naar adem. Vervolgens slikte ik
prednison, maar ook dit had geen effect. Anne’s moeder heeft
toen mijn moeder en een ambulance gebeld, terwijl haar vader me
op de bank neerlegde. Daar stortte ik in elkaar en viel ik helemaal
weg. Vanaf dat moment weet ik niets meer.
Blauw
en koud
Later hebben ze me verteld wat er was gebeurd. Ik was gestikt doordat
mijn luchtpijp steeds verder vernauwde, helemaal tot het eind. Nadat
ik op de bank in elkaar was gestort, ben ik op de grond gevallen.
Mijn hele lichaam was blauw geworden door het zuurstoftekort. Mijn
ouders waren er inmiddels ook. Mijn moeder was vreselijk geschrokken
en zag me helemaal wegzakken. Ze durfde me niet vast te pakken omdat
ik helemaal koud geworden was. De ambulance kwam er aan en de broeders
probeerden een pijp in mijn keel te krijgen om me te beademen, maar
doordat mijn luchtpijp helemaal dichtgeknepen zat van de spanning
lukte dat niet. Ik was stokstijf. Het ambulancepersoneel heeft me
toen spierontspanners gegeven en uiteindelijk is het daardoor gelukt
die pijp mijn keel in te krijgen. Toen ben ik met gillende sirenes
afgevoerd naar het ziekenhuis in Nijmegen. Daar aangekomen kreeg
ik een infuus in mijn arm. Mijn moeder zag iets later dat mijn hand
er heel raar uitzag, en vroeg hoe dat kwam. Toen bleek dat ze het
infuus verkeerd hadden ingebracht, waardoor mijn hele arm opzwol.
Alle medicijnen waren ernaast gelopen in plaats van in mijn bloedvat.
Bij het ziekenhuis hadden ze hier niets van gemerkt, het was mijn
moeder die zo oplettend was.
Zo’n anderhalf uur heb ik in coma gelegen. Ze hebben toen
mijn zuurstofgehalte gemeten door in mijn lies te prikken, en dat
was op dat moment nul procent. Ik had dus helemaal geen zuurstof
in mijn lijf en ben daardoor een tijdje dood geweest. Mijn moeder
zei hier later over dat ik er gewoon even niet was, dat ze me hebben
moeten ‘terugtrekken’. Hoewel ik dacht dat je als je
doodgaat een tunnel of wit licht ziet, heb ik dat zelf gelukkig
niet gezien. Maar de dokter zei wel dat ik letterlijk boven aan
de deur had geklopt.
Toen ik wakker werd was ik helemaal koud. Om me warm te houden deden
ze een buis met warme lucht onder mijn deken. Ik had allemaal infusen
in mijn lichaam toen ik wakker werd en ik wilde meteen opstaan,
maar ik werd tegengehouden en er werd tegen me gezegd dat ik moest
blijven liggen. Ik had heel erg veel spijt van wat er gebeurd was.
Spijt dat alles zo gelopen was en spijt dat iedereen er ongewild
bij betrokken was. Ik was ook ontzettend moe, maar had gelukkig
nergens pijn.
In
shock
Ik was wakker geworden op de Intensive Care afdeling. Toen ik weer
bij mijn positieven was mocht iedereen één voor één
bij mijn bed komen. Eerst mijn moeder, vervolgens mijn vader, daarna
mijn stiefvader en tot slot de moeder van Anne. Ik heb vreselijk
zitten huilen en zei steeds dat het me speet en dat het niet de
bedoeling was geweest. Ik vroeg aan mijn moeder wat er precies met
me gebeurd was vanaf het moment dat ik op de bank lag in de boerderij,
omdat ik nergens meer iets vanaf wist. In het begin vertelde ze
eigenlijk niks, later hoorde ik stukje bij beetje het hele verhaal.
Nadat ik de verhalen had gehoord over wat er met me gebeurd was,
schrok ik enorm. Op het moment dat ik bij de boerderij geen lucht
meer kreeg dacht ik wel dat het goed mis was, maar ik had niet verwacht
dat ik in een coma terecht zou komen en zelfs enkele ogenblikken
dood zou zijn. Ik dacht dat ik gewoon even weg zou vallen en dat
mijn lichaam zich daarna wel weer zou herstellen, zodat ik weer
wakker zou worden.
De ouders van Anne waren natuurlijk ook heel erg geschrokken, ze
hadden niet verwacht dat er zoiets ernstigs zou gebeuren. Later
ben ik nog naar ze toegegaan om ze hartelijk te bedanken voor alles
wat ze voor mij hebben gedaan. Want door de ambulance te bellen
hebben ze mooi wel mijn leven gered! Ook Anne was in shock. Ze wist
natuurlijk wel dat ik astma had, maar zo’n erge aanval had
ze nog nooit van me meegemaakt. Ze heeft er best moeite mee en heeft
nog steeds nachtmerries over wat er gebeurd is. Daar voel ik me
best schuldig over af en toe.
Nadat ik een dag op de Intensive Care had gelegen in het ziekenhuis
in Nijmegen mocht ik naar mijn eigen ziekenhuis in Den Bosch. Daar
moest ik nog een paar dagen op de Intensive Care liggen voordat
ik werd verhuisd naar de kinderafdeling. We hebben nog een uitgebreid
gesprek met onze dokter gehad. Mijn vader was behoorlijk kwaad dat
de dokter toestemming aan mij had gegeven om te gaan paardrijden,
terwijl dit blijkbaar levensgevaarlijk was. Ik had zelf ook wel
spijt dat ik zo met het paard bezig was geweest, maar omdat het
mocht van de dokter maakte ik me niet zo’n zorgen. De dokter
adviseerde mij om naar een astmacentrum te gaan in Hilversum, totdat
alles weer goed ging. Na twee weken op de kinderafdeling in het
ziekenhuis ging ik daarom direct door naar het astmacentrum.
|
|